Thema ‘Wie (be)noemt wie lokaal?’ vanuit verschillende perspectieven
| Het voorwoord van Herman Timmermans in Kringen nr. 1 2026 maakte uiteenlopende reacties los. Zijn prikkelende thema? Wie (be)noemt wie lokaal?’. Hermans oproep voor een andere kijk op hoe we op lokaal niveau omgaan met benoemingen leeft en hoe! In dit als rondetafelgesprek vormgegeven artikel reageren enkele sleutelfiguren uit de netwerken van CLOK op drie gerelateerde thema’s én op elkaars uitspraken daarover: 1. Invloed op elkaars benoemingen, 2. Samenwerking tussen publiek en privaat en 3. Gebiedsgericht werken op werklocaties.
Thema 1: Invloed op elkaars benoemingen
Duidelijke aanleiding
Herman Timmermans opent de discussie: “Ik pleit bij benoemingen voor meer samenwerking tussen gemeenten en besturen van ondernemers. Vanuit gemeenten hoor ik regelmatig dat besturen van ondernemers het niet goed doen. Ook ondernemers zijn niet altijd tevreden over de medewerkers van de gemeente. Beide partijen weten onvoldoende wat ze van elkaar kunnen verwachten. Ook zien ze bij elkaar aan beide kanten te weinig (vak)kennis.” Wim Bakker, managing partner CLOK, herkent de observatie van Herman en deelt zijn analyse waar het fout gaat en beter kan: “Toch denk ik niet dat de oplossing ligt in het betrokken zijn bij de benoeming van personen over en weer. Door de oplossing in de benoemingsprocedure te zoeken zeg je eigenlijk ook dat er nu verkeerde personen worden gekozen. Dat veronderstelt dan weer dat er iets te kiezen is. En dat laatste is steeds minder het geval in mijn ogen.” Wim benadrukt dat besturen moeite hebben om mensen te vinden en gemeenten ook. Waar hij wel wat in ziet, is over en weer meedenken in het functieprofiel. Wim: “Dat kan helpen in de zoektocht om de juiste persoon te vinden.”

Niet altijd de schijnwerper op de beste kandidaten
Gerard Weck, adviseur economische zaken CLOK ondersteunt de stelling van Herman Timmermans. Alleen merkt Gerard wel dat gemeenten de werving extern uitbesteden. De bureaus dragen vervolgens hun kandidaat aan. Gerard: “En dan moet vervolgens voldaan worden aan een reeks van criteria. Een soort zoektocht naar een schaap met de bekende vijf poten. Je hebt meer aan een robuuste driepoot. Die valt nooit om. En die vierde poot, die is vaak wel op te lossen Dus krijg je de beste kandidaten te zien? Ik durf te stellen: meestal niet.” Herman Timmermans: “Ik herken wat Gerard zegt. Gemeenten hebben de werving soms inderdaad uitbesteed aan externe wervingsbureaus. Mijn advies aan gemeenten en vooral Economische Zaken? Ga met de wervingsbureaus om tafel. Mijn idee is om bij de sollicitatiegesprekken van de gemeente voor medewerkers Economische Zaken ook een vertegenwoordiging van de ondernemers te betrekken.” Gerard Weck haakt hier direct op in: “Het betrekken van ondernemersverenigingen juich ik toe, maar dat vergt lef van een gemeente. Een nieuwe functionaris kan wel eens de luis in de pels van de gemeente zijn. Ik zeg: dat is een noodzaak. Je haalt positief-kritisch vermogen in huis. Juist van je lichtschurende contacten leer je het meeste, als je er tenminste voor open durft te staan. Zelf zie ik mijzelf als tegendenkende meedenker. Bewust, al schrikt dat sommige gemeenten af. Maar bij die gemeenten zou ik ook niet willen werken.”
Thema 2. Samenwerking tussen publiek en privaat
Strikte scheiding tussen publiek en privaat
Herman Timmermans benadrukt vervolgens een essentieel punt: “CLOK is opgericht om de realisatie centraal te stellen. Om juist de scheiding tussen publiek en privaat te doorbreken. Daarom verenigt CLOK verschillende partijen, zowel publiek als privaat.” Wim benadrukt wel dat het belangrijk is om in te zien wat CLOK nú al doet als het gaat om de uitdaging die Herman Timmermans opwerpt. Wim: “Zoals vooral personen in functies professionaliseren door ze de juiste kennis/tools/ondersteuning te bieden. Ook stimuleert CLOK op twee fronten: meer organisatiegraad en samenwerking aan private kant en meer samenwerking publiek-privaat.” Jos van Asten is directeur van ondernemerskoepel Ondernemend Meierijstad: “Ik ben het helemaal met Herman eens. We moeten samen optrekken en samenwerken. Het voelt zeker niet altijd natuurlijk en – sterker nog – dat is het ook niet. Maar alleen samen kunnen we zaken in beweging krijgen. Gemeenten en ondernemers moeten hierin samenwerken: buiten de eigen organisaties en vanuit een projectmatige opzet. Overleg moet wel structureel zijn. We hebben elkaar meer dan ooit nodig en moeten dus ook stappen durven zetten. Onze DUO-aanpak in Meierijstad is daar een mooi voorbeeld van.” Cees-Jan Pen is lector Brainport van Fontys Hogescholen: Ik snap wel de roep om zaken te blijven scheiden, ook omdat ik voor een meer professionele en actieve ondernemersvereniging ben die ook vaker de raad en het college opzoekt en dan wordt het lastig bij de werving. Ik zie zelf meer in de veel actievere rol van ondernemers richting raad, net als een meer proactieve houding of rol van burgers.”
Meer samen optrekken
Herman Timmermans brengt graag een nuance aan: “Een centrummanager wordt, in tegenstelling tot een parkmanager, al vaak benoemd na een procedure waarin zowel de gemeente als de winkeliers deelnemen. De centrummanager schuurt nu ook dichter tegen de politiek aan. Dus daar is het soms al bestaand beleid, maar niet formeel vastgelegd.” Herman Hoekstra, Senior Projectleider Stichting CLOK: “Dan moet je wel het politiek en uitvoerend domein niet met elkaar verwarren.” Herman Timmermans: “Mijn voorstel is dat gemeenten en besturen van ondernemers meer samen optrekken, met als winst gezamenlijke verantwoordelijkheid.” Cees-Jan Pen: “Dit is een prima debat om aan te jagen, al weet ik niet of dit gaat helpen, Herman. Het is wel mooi om samen op te trekken en samen wervings- en sollicitatiegesprekken te voeren, maar ik twijfel enigszins of dit nou echt leidt tot doorbraken en noodzakelijke opschaling.” Wim Bakker reikt een goed idee aan: “Ik ben zelf erg fan van gemeenten waarin de gemeente en ondernemersvereniging convenanten afsluiten met elkaar over zaken die ze gezamenlijk gaan aanpakken.” Cees-Jan vindt het steeds minder belangrijk wie dit oppakt, zolang er gemeentebreed vanuit de teams die werken aan de grote transities meer aandacht komt voor duurzaamheid en klimaatadaptatie. Er moet meer aandacht komen voor ruimte voor economie naast team EZ, geeft Cees-Jan aan: “Hoe krijgen we dit beter voor het voetlicht en wie spreken we aan? Ik ben wel blij dat we dit punt agenderen.”
Praktisch voorbeeld van geslaagde samenwerking
Wim geeft een praktisch voorbeeld van gemeenten en ondernemersverenigingen die convenanten afsluiten, zoals hij eerder opperde: “Een mooi voorbeeld is Laarbeek. Daar heeft het gemeente brede ondernemersfonds drie trekkingsgebieden: centra/dorpskernen, bedrijventerreinen en buitengebied. Voor elk van die gebieden is vanuit het fonds, privaat dus, een persoon aangesteld: een centrummanager, parkmanager en manager buitengebied. Deze werken heel nauw samen met de accountmanager en beleidsmedewerkers van de gemeente. Ik vind dit een mooi voorbeeld, omdat hier het fonds wordt ingezet om de samenwerking te optimaliseren. Bij het benoemen van die personen/verbindingsofficieren kan ik me wel voorstellen dat je ze gezamenlijk aanstelt als gemeenten en ondernemers. Of in ieder geval als gemeente een adviesrol hebt in het opstellen van het juiste profiel.”

Voorstander van rolzuiverheid en scheiding
Ron Kieftenbeld is Retail, Finance en IT-business professional en bestuurder: “Ik ben een groot voorstander van rolzuiverheid en scheiding. Zodat iedereen vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid werkt aan het gemeenschappelijk belang. Daarbij hoort uiteraard kennis van elkaars processen en belangen. Mijn ervaring is dat juist met het onderling uitwisselen van die kennis en de dilemma’s een basis voor vertrouwen en een gemeenschappelijke agenda gelegd wordt. Dwarsverbanden, hoewel op het oog functioneel, leiden vaak tot dubbele petten problematiek, loyaliteitsconflicten, ondoorzichtige besluitvorming en verwijdering van de achterban of achterliggende organisatie.” Herman Timmermans reageert hier positief-kritisch op: “Met de beide reacties van Ron en ook Herman Hoekstra ben ik het volledig eens, vooral ook met die laatste. Ken wel elkaars processen en belangen, maar verstrengel ze niet! Maar juist het niet optimaal kennen van die processen en belangen is een groot struikelblok.”
Thema 3: Gebiedsgericht werken op werklocaties
Zet de werklocatie centraal
Herman Timmermans is zich goed bewust van een strikte scheiding tussen publiek en privaat: “Zelf ben ik daar voor werklocaties nooit zo streng in geweest. In mijn visie moet je bij benoemingen niet uitgaan van het onderscheid tussen privaat en publiek, maar van de gezamenlijke belangen van de bedrijventerreinen. Je kunt stellen dat met de opgave om de vele transities die we moeten realiseren er een nieuwe situatie op werklocaties (centrumgebieden en bedrijventerreinen) is ontstaan. Er zijn steeds meer medewerkers betrokken bij bedrijventerreinen. Dat maakt het extra urgent. De nieuwe situatie is dat bedrijventerreinen steeds meer als eenheid, als een gebied, worden gezien. Er wordt dus bij realisatie vertrokken vanuit de gebiedsbenadering met de locatie centraal. En op die locatie wordt steeds intensiever, en ook met meer variëteiten, samengewerkt. Ook komen er meer vormen van Ondernemersfondsen: gemeente breed, BIZ en reclamebelasting. Eveneens ontstaan er meer vormen van Centrum- en Parkmanagement en zien we een toenemend aantal (plannen voor) E-hubs voor Energie- en mobiliteitsoplossingen. Het gebied staat daarin centraal. Er zijn situaties waarin de gemeente actief lid is van sommige ondernemersconstructies. Het Ministerie van EZK heeft zijn beleid voor werklocaties ook gebaseerd op de gebiedsgerichte aanpak. De werklocatie staat centraal als het gaat om gebruikers, om vastgoedeigenaren of beiden.”
Vitaal houden van bedrijfsterreinen
Herman Timmermans: “Ik vraag me af of de opvatting van de scheiding tussen publiek en privaat nog opgaat voor de werklocaties. Of misschien wel breder voor het lokale economische beleid. Lang is voor bedrijventerreinen uitgegaan van het idee dat de gemeente de terreinen ging onderhouden. In de praktijk blijkt dat die onderhoudsplannen op een te laag niveau door de afdeling beheer worden uitgevoerd om het vitaal te houden. Vandaar dat steeds de roep om herstructurering terugkomt, terwijl dat inmiddels al lang achter ons had moeten liggen. Dus de scheiding van publiek en privaat op gebiedsniveau heeft eerder negatieve consequenties gehad dan positieve. Het onderhoudsplan moet in mijn ogen door de gemeente en het bestuur van de ondernemers gezamenlijk worden vastgesteld. Dat vereist van beide zijden medewerkers die professional zijn en dus elkaar begrijpen.”
Koersen op een gebiedsonderneming
Maar Herman Timmermans gaat nog een stap verder: “Gebiedsgericht werken vraagt om de één-team-filosofie, hierin werken besturen, PM, Energiedeskundigen, Beveiliging en financiële mensen samen. Professionals die met de collectieve investeringen de productiewaarde versterken en dus ook de totale waarde van het gebied, inclusief de openbare ruimte, minimaal op peil houden. We komen dan vrij dicht in de buurt van wat steeds meer lijkt op een Gebiedsonderneming waarin de wederzijdse kennis van elkaars procedures optimaal is. De deelnemende partijen hebben professionele kennis van en over de opgave.” Herman Timmermans is het hier roerend mee eens: “Ik pleit al heel lang voor een centrale gebiedsgerichte aanpak!”
Conclusie
De deelnemers aan dit interview zien mogelijkheden én kansen om bij benoemingen veel meer met alle betrokken partijen samen te werken vanuit een gebiedsgerichte aanpak op werklocaties. Echter, altijd wel met een scherp oog voor elkaars belangen en verantwoordelijkheden. Uiteindelijk staat het belang van de gebiedsonderneming centraal!







